12 december t/m 12 maart

Exposé van erfelijk

talent en aanstekelijk enthousiasme

De tentoonstelling die Vos Interieur zaterdag 12 december in Groningen opent, is in de eerste plaats een eerbetoon aan Henk Vos: de energieke meubelontwerper, de interieurarchitect, de man achter Vos Interieur en designburcht Maupertuus.

Maar de broers Bart en Roderick Vos die de expositie organiseren, zoomen ook uit. Aan de hand van een prachtige selectie van eigen ontwerpen, producten en relikwieën vestigen ze de aandacht op het bijzondere feit dat hun familie al vijf generaties lang in de ban is van meubels, mode, beeldende kunst en architectuur.

 

Voor u als bezoeker wordt Denk als Henk daarmee vooral een feest voor het oog.

Het leven van hardwerkende Nederlander Henk Vos (1939-2020) verliep aanvankelijk niet op rolletjes. Zijn 24/7-mentaliteit is terug te voeren tot één bepalend moment: de dag dat vader Wiebe aan een hartaanval overleed en Henks droom om in Den Haag een bureau voor binnenhuisarchitectuur te openen aan diggelen ging. Kort daarvoor had hij zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam met succes afgerond, zodat hij zich interieurarchitect mocht noemen. Moeder Vos riep de 23-jarige echter terug om de meubelmakerij annex winkel in Groningen over te nemen, ‘een bedrijf waar dertig gezinnen van moesten eten’.

Henk Vos wist er in letterlijke zin het beste van te maken. Allereerst reed hij in zijn 2CV naar Parijs, schaakte daar zijn grote liefde, kunstenares Phyllis van Borselen en troonde haar mee naar Groningen. Hij verkocht de fabriek en stoffeerderij, en bouwde Vos Interieur in de jaren zeventig en tachtig uit tot een goedlopende zaak. De geraffineerde mix van ’s werelds meest exclusieve designmerken met Aziatisch antiek – Javaanse stationsbanken, Chinese bruidskasten, opiumbedden, boeddha’s – was volstrekt uniek en de invloed daarvan is nog altijd voelbaar. (In welke tuin of vensterbank staat géén Boeddhabeeldje?)

Terwijl zijn echtgenote de Groningers liet kennismaken met mode die zij op de Parijse modevakbeurs Prêt-à-Porter selecteerde en in haar eigen modezaak verkocht, reisde Henk door Azië en liet hij zijn vondsten onder andere vanuit Indonesië – het geboorteland van zijn vrouw – en China verschepen. Totdat de oorspronkelijke winkel van Vos Interieur aan de Meeuwerderweg eind jaren tachtig een halve straat besloeg en ruimtegebrek en parkeerproblemen verdere ambities frustreerden.

Voor hemzelf was het toen allang duidelijk: er moest een spraakmakend nieuw pand komen dat zich zou onderscheiden door sfeer en architectuur, waar mensen die van mooie dingen hielden onbelemmerd konden rondlopen. ‘Een bolwerk tegen lelijkheid en gemakzucht.’

De gemeente Groningen bood hem een locatie aan op de meubelboulevard, maar Henk vond eenvormige winkelconcentraties funest voor de branche: ‘Niks in het kwadraat is nog altijd niks.’ Hij overwoog serieus uit Groningen te vertrekken en had tussen Utrecht en Amsterdam al een locatie op het oog. De gemeente, beducht om een potentiële publiekstrekker te verliezen, haalde bakzeil. Henk Vos mocht zelf een plek voor de nieuwbouw aanwijzen, bedong een eigen afrit van de A7 en de gemeente werkte vanaf dat moment voorbeeldig mee. Volgens de overlevering hielp de burgemeester uiteindelijk persoonlijk mee met planken sjouwen.

In 1996 was de designburcht klaar. De naam: Maupertuus, naar het kasteel van de rebelse Reynaert. Zoon Bart had op Henks verzoek het architectonisch ontwerp gemaakt, zoon Roderick en zijn vrouw Claire vervulden de hoofdrol bij het ontwerpen en inrichten van de diverse themazalen; eerst vanuit Indonesië, later in Groningen.

Dit Vos Interieur 2.0 maakte op vakgenoten en bezoekers een verpletterende indruk. Ernesto Gismondi van Artemide noemde het de mooiste winkel van Europa. Henk Vos ontving de Woonbeurs-pin, een onderscheiding voor een persoon of zaak die zich op een bijzondere manier verdienstelijk heeft gemaakt voor het Nederlandse interieur. Sanoma gaf hem een WoonAward. Lezers van Eigen Huis & Interieur riepen Vos Interieur/Maupertuus uit tot beste woonwinkel van Nederland.

Foto’s waarop Henk tevreden achteroverleunt zijn desondanks schaars. Dat is niet verwonderlijk. Hij had de zaak van zijn vader op onnavolgbare wijze de 21e eeuw in geloodst. Maar in dezelfde tijd werd hij óók de interieurarchitect en meubelontwerper die hij had willen zijn.

Al in de jaren zestig lukte het hem de winkel met een ontwerpbureau te combineren. Er kwam een professionele tekenkamer met interieurontwerpers en architecten. Klanten bleken onder de indruk van Henks stijl en smaak en vroegen hem huizen in te richten en te verbouwen. Misverstanden daarover ruimde hij onmiddellijk uit de weg: ‘Ik ben geen decorateur. Dat schattige roze bankje zou beeldig staan in combinatie met die-en-die gordijnen is niet de stijl waarin ik adviezen geef.’ Zijn motto werd “Liever leeg dan lelijk.”. Ruimte creëren kon iedereen volgens Henk ook heel goed zelf: ‘Tel thuis het aantal stoel- en tafelpoten en deel dit door twee.’

Dat Henk zakelijk en privé moeiteloos mengde, maakte hem tot toevallige trendsetter. Kille kantoren herschiep hij begin jaren tachtig al in comfortabele, leefbare ruimtes, waarin kwaliteit en klasse altijd voelbaar bleven. De projecten werden in de loop der jaren steeds prestigieuzer: directiekamers, hoofdkantoren van multinationals, conferentieoorden, ziekenhuizen, luxehotels.

Zijn naam als meubelontwerper vestigde Henk definitief met een bank die hij in 1983 voor meubelmerk Gelderland ontwierp. Model 4800 was een uitzonderlijk mooie bank die door zijn eenvoud en elegantie onmiddellijk opzien baarde. Technisch vernieuwend waren de armleuningen die één geheel vormen met het zitgedeelte, de verwisselbare hoes en de chromen maanlander-poten. Succes en erkenning volgden. Van vinexwijk tot Venetiaanse villa, volgens de ontwerper zelf kon de 4800 ‘ieder interieur aan’. Het Stedelijk Museum nam de bank in 2004 op in zijn designcollectie. Er kwamen fauteuils, loveseats, chaises longues, hoekzits en XL-versies. De 4800 werd een van de bestverkopende series van Gelderland en zou Henks eigen favoriet blijven.

Een ander, onverwacht succesnummer werd een meterslange eikenhouten tafel. Dit ontwerp met zijn archetypische vorm – schijnbaar uit één stuk met massieve, vierkante poten op de hoeken – was oorspronkelijk bedacht voor het kantoor van uitgeverij VNU in Hoofddorp, dat Henk met zijn ontwerpteam eind jaren negentig inrichtte. Designmerk Linteloo nam de tafel vervolgens in productie (met voor normale huiskamers geschikte afmetingen) en Jan te Lintelo schrijft er dit over: “Plagiarism may be the highest form of flattery, but despite being copied the world over, there is only one real ‘VNU’ table. And it is this one, designed by Dutch designer Henk Vos in 1998.”

Spectaculair vleiend is de invloed die een van de pronkstukken van de expositie moet hebben gehad: geen stoel, geen vaas, geen tafel, maar een computer. De Holborn 9100 om precies te zijn. Een van de oprichters van het gelijknamige Twentse bedrijf (‘Born in Holland’) die het belang van goede vormgeving inzag, vroeg Vos Interieur in 1979 de behuizing te ontwerpen. Met zijn bekende bravoure nam Henk de opdracht aan, letterlijk niet gehinderd door enige kennis en ervaring op computergebied. Het resultaat was verbluffend. Ricardo Bianchini, architect, industrieel ontwerper en hoogleraar Computer-Aided Design aan de Technische Universiteit van Milaan beschrijft het op zijn site als volgt:

 

“The design of the Holborn set it apart from most computers of the time, its fluid, organic shape is indeed quite different from the hard-edged forms of, say, the Commodore PET 2001. The Holborn’s aesthetic was possibly inspired by that of classic modern furniture of the ’50s and ’60s made in molded polymers, such as the Tulip chair by Eero Saarinen, or the Panton chair.

If the Space Station V of Kubrick’s Odyssey would have had personal computers, I am reasonably sure they would have been pretty similar to those designed by (...) Dutch industrial design studio Vos.”

 

Het Engelse Designboom plaatst de Holborn als een na hoogste op een lijst van meest iconische ‘beige’ computers uit de eighties. Met zijn top-16 wil fotograaf/artdirector James Ball voorkomen dat we in het huidige smartphone-tijdperk vergeten hoe een computer er werkelijk uitziet.

Henks personal computer kwam in 1981 op de markt. Wie de variant met het losse toetsenbord vergelijkt met de in 1984 verschenen eerste Apple Macintosh, valt twee dingen op. Eén: Steve Jobs’ creatie ziet er naast de Holborn prehistorisch uit. Twee: zijn toetsenbord lijkt als twee druppels water op dat van het Enschedese product. Het kommavormige keyboard duikt nota bene 26 jaar later draadloos op bij de iMac (> 2007).

Bart en Roderick hebben aanwijzingen dat de vooruitstrevende desktopcomputer van hun vader via Xerox en internationale beurzen in handen is gekomen van de Californische vormgevers. Hard bewijs is er niet. Maar op z’n minst kan gesteld worden dat Steve als Henk heeft gedácht.

Dat Henk door sommige Nederlandse ontwerpers nooit volledig als gelijke is gezien, zal te wijten zijn aan de omstandigheid dat hij altijd óók die winkelier en zakenman bleef. De ironie van het lot is dat zelfs dit simultaanschaken vooruitstrevend is geweest: voor de meeste hedendaagse ontwerpers is het vanzelfsprekend om een eigen store of webshop te runnen. Een andere verklaring zal vermoedelijk toch de decentrale ligging van de thuisbasis Groningen zijn. Op belangrijke feestjes en partijen vertoonde Henk Vos zich nauwelijks. Niet omdat hij on-ijdel of bescheiden was. Maar terwijl anderen de media bespeelden, reed hij ’s avonds met trouwe chauffeur Lex in zijn Jaguar XJ (‘vanwege de grote achterportieren’) naar huis – en werkte.

Roderick en Bart geven hun vader in de expositie Denk als Henk de centrale plaats die hij verdient. Maar ze plaatsen hem ook midden in een lange tijdlijn die begint bij de oervos scheepstimmerman/sjouwer/stoelenmatter Hindrikus Vos en de exotische Iskander Sahajuhan, ‘sultan van Tidore’, van moederskant. Daartussen passeren allerhande kunstschilders, kunstverzamelaars, meubelmakers en binnenhuisarchitecten de revue. De allerjongste, zevende generatie van deze creatieve en schoonheid-minnende familie wordt prominent vertegenwoordigd door de zussen Marthe (1995) en Kilian Vos (1997). Beiden zijn kortgeleden cum laude afgestudeerd aan het Amsterdam Fashion Institute en werken mee aan de expositie.

Zelf houden Bart en Roderick zich zoals bekend eveneens hartstochtelijk met het vak bezig. Zoals hun vader tussen de houtsnippers speelde, deden de broers cowboytje en indiaantje tussen en over het dure design, na sluitingstijd.

Bij Roderick (1965) resulteerde dit in buitenlandse stages bij lichtontwerper Ingo Maurer in München en de designgroep van Kenji Ekuan in Tokio (van het iconische Kikkoman-flesje). Na de Design Academy leidde hij met studiegenote en textielontwerpster Claire Teeuwen zes jaar lang een eigen ontwerpbureau met werkplaats in Indonesië. Ze trouwden in Soerabaja.

Terug in Nederland waren beiden intensief betrokken bij Maupertuus, maar in 2004 was het tijd zich volledig te concentreren op het zelfstandig ontwerpen. Studio Roderick Vos vestigde zich in Heusden-Vesting, dicht op de maakindustrie, en verwierf sindsdien bekendheid (internationaal, hoe kan het anders) met een imposante hoeveelheid ‘mooie gebruiksvoorwerpen’.

Materiaal en vakmanschap spelen bij het ontwerpproces altijd een grote rol: keramiek, hout, plywood, glas, bamboe, bakeliet, papier, wol, aluminium, plastic – Roderick en Claire kunnen lyrisch worden over hoe iets is gemaakt en gaan graag nieuwe avonturen aan. In vier jaar tijd vernieuwden ze als artdirectors én designers het meubelmerk Pode (identiteit, stijl, collectie) totaal. Ze betrekken daar sinds kort ook getalenteerde Spaanse, Duitse en Italiaanse ontwerpers bij. En dan is op een ander front nog sprake van een Chinese connection: de studio werkt samen met een designfabrikant in Peking.

Werk van Roderick is aangekocht door het Stedelijk Museum en het Museum of Arts and Design in New York. In Groningen zal een aantal eigen lievelingen en bestsellers te zien zijn, van MaMa tot Mr. Ed en van Bibo tot Kaboom!

De carrière van middelste broer Marco (1967) nam een heel andere vlucht, zij het ook een kosmopolitische; hij werd verkeersvlieger bij Transavia. Daarnaast is hij sinds 2006 verantwoordelijk voor personele, logistieke en financiële onderdelen van Vos Interieur/Maupertuus.

In Bart (1969) herkennen we de creatieve multitasker die Henk ook was. Maar als interieurarchitect gaat Bart een stuk verder. Hij koos voor de studie architectonische vormgeving, interieurdesign en meubeldesign aan de KABK in Den Haag, de academie waar ook zijn moeder werd opgeleid. Daarna woonde hij een jaar in Japan om ervaring op te doen in het ontwerpteam van TAO Architects in Tokio.

Wat hem in die tijd frappeerde aan het interieur van de traditionele tempels was het ontbreken van begrenzingen. Ook binnen en buiten lijken er vloeiend in elkaar over te gaan. Dat principe – om Henk te parafraseren: ‘tel het aantal deuren en deel dit door twee’ – past Bart zelf nog steeds graag toe. Het verklaart ook zijn voorliefde voor De Stijl en het Bauhaus, dat mensen meer licht, lucht en ruimte wilde gunnen. Bart tekent nu met zijn eigen architecten de in- en exterieurs van woonhuizen van Schouwen-Duivenland tot diep in Australië. Ook de lijst met prestigieuze zakelijke projecten is sinds Henks terugtreden (2006) alleen maar gegroeid. Momenteel adviseert hij bij de renovatie van een stadsdeel in de Tsjechische stad Brno.

Definitieve afrekening met het hokjesdenken – maar genetisch geen verrassing – is dat Bart ook als productvormgever bekendheid geniet. Mijlpaal was de presentatie van zijn rookfauteuil Quintal (2008) op de Salone del Mobile in Milaan: Dope as hell!, volgens popster Kanye West. In juni dit jaar verscheen de bankenserie Van Doesburg. Ondertussen is hij creatief directeur van Vos Interieur. Want: ‘Een mooie winkel blijft het leukste wat er is.’

Het als-Henk-denken is deze jongens volledig eigen. Maar de natuur levert geen kopieën, louter unica. De verschillen tussen de leden van deze flamboyante familie zijn dan ook groter dan de overeenkomsten. Wel kan van een herkenbare Vos-stijl worden gesproken. De expositie bewijst dit. Het schijnbaar nonchalante elegante, de liefde voor het detail en het feilloos esthetisch gevoel zie je terug in alles wat ze maken.

 

Denk als Henk is voor het publiek geopend vanaf 12 december. Geheel in de geest van Henk gaat tijdens de tentoonstelling de verkoop gewoon door.

 

Vos Interieur

Laan Corpus den Hoorn 100

9728 JR Groningen

Winkel 050 524 42 44

Backoffice 050 524 42 45

Studio 050 524 42 46

info@vosinterieur.nl

Nieuwsbrief

© 2019 Vos Interieur  |  Disclaimer  |  Created by StudioTW

  • Instagram
  • Facebook
  • Pinterest